Protocol hoofdluis

 

                                                                                         Hoofdluis-Protocol “Jorisschool”

 

                                                                                                                  2016/2017

 

 

 

hoofdluis

 

 

Dit hoofdluisprotocol is gemaakt om de kans op hoofdluisbesmetting zo klein mogelijk te maken. Hoofdluis is op veel (basis)scholen een regelmatig terugkerend probleem en het is moeilijk om er vanaf te komen. Dat komt omdat hoofdluis erg besmettelijk is. Hoofdluis verspreidt zich razend snel.

De aanpak van het luizenprobleem bij een kind vraagt van alle betrokkenen veel inspanning, met name van de ouders/verzorgers van het kind. Door als school en ouders samen te werken houden we het probleem zo klein mogelijk. Iedereen heeft hierin zijn eigen verantwoordelijkheid.

Het Luizenteam:

Het “luizenteam” werkt onder supervisie van de OV werkgroep ” Luizencontrole”.

Het team bestaat uit 2 coördinatoren een aantal enthousiaste ouders/verzorgers.

Elke groep heeft zijn eigen ouder/verzorger van het luizenteam.

De controles:

– Hoofdluiscontroles worden uitgevoerd in de eerste week na iedere vakantie of na een melding van hoofdluis.

– De controles vinden plaats buiten het lokaal.

Taken van het luizenteam:

– In de eerste week na iedere schoolvakantie de klas controleren op hoofdluis. Het team kijkt zorgvuldig op de voorkeursplaatsen: pony, kruin, nek en achter de oren naar luizen en neten.

Vragen / aanbieden of de leerkracht ook gecontroleerd wil worden.

– Het luizenteam houdt op een registratieformulier bij of alle kinderen gecontroleerd zijn en bij wie eventueel luizen of neten geconstateerd zijn.

– Aan de kinderen wordt geen mededeling gedaan over de bevindingen. De resultaten worden alleen aan de leerkracht en aan coördinatoren  medegedeeld.

– Indien bij een kind hoofdluis geconstateerd wordt, moet dit onder vier ogen aan de betrokken leerkracht gemeld worden.

– Na 2 weken hercontrole.

– Blijkt 6 weken na de eerste constatering dat het kind nog steeds niet vrij is van hoofdluis/neten dichter dan 2 cm van de hoofdhuid dan dit de leerkracht melden. De leerkracht meldt dit bij de directie.

– Bij een tussentijdse melding, extra luizencontrole uitvoeren. Deze controle moet zo snel mogelijk na de melding plaats vinden.

Taken groepsleerkracht:

– De groepsleerkracht geeft indien nodig, de gelegenheid aan het luizenteam om de controles uit te voeren.

– Als er hoofdluis en/of neten tijdens de controle op school wordt gevonden, neemt de leerkracht dezelfde dag contact op met betreffende ouders.

– Bij twijfel van het luizenteam geeft de leerkracht een brief mee over het extra waakzaam zijn aan desbetreffende ouders.

Taken school/administratie:

  1. Wanneer na 6 weken na de eerste constatering, het betreffende kind nog steeds niet vrij is van hoofdluis en / of neten dan neemt de directie contact op met desbetreffende ouders.
  1. De directeur/administratief medewerker verzorgt de verzending van de informatiebrief aan de ouders van de betreffende groep waar de besmetting is geconstateerd.

De school mag een kind niet naar huis sturen voor hoofdluis. Dit is namelijk in strijd met de leerplicht.

Taken ouders :

  1. Gedurende het hele jaar het eigen kind regelmatig controleren op hoofdluis, met name aan het eind van elke vakantie.
  1. Indien er hoofdluis gevonden wordt, dient de ouder/verzorger dit te melden aan de groepsleerkracht van het desbetreffende kind.
  1. Indien op school hoofdluis is geconstateerd, controleert de ouder/verzorger zelf thuis eventuele broertjes of zusjes. Als bij hen ook hoofdluis of neten worden geconstateerd, informeert de ouder/verzorger de betreffende leerkracht.
  1. De ouder/verzorger gaat direct over tot het nemen van maatregelen. ( zie de informatiebrief hoe te handelen.)
  1. Op de controledagen houden de ouders rekening met de haardracht van hun kind, zodat de luizenouders geen kostbare tijd verliezen.
  1. De ouders/verzorgers controleren zelf thuis hun kinderen in geval van afwezigheid tijdens een hoofdluiscontrole.

Feiten over hoofdluis:

– Hoofdluizen kunnen niet springen, vliegen of zwemmen, alleen lopen. Direct haar-op-haar contact is de enige manier om het op te lopen.

– De luis maakt geen onderscheid tussen schoon of vies haar, met een slechte lichamelijke hygiëne heeft het dus niets te maken.

– Alle mensen en diersoorten hebben een eigen luizensoort. Dierenluizen kunnen dus niet overleven op mensen en andersom.

– Immuniteit tegen hoofdluis bestaat niet. Er kan voortdurend een (her)besmetting plaats vinden. Er is onvoldoende bewijs dat preventieve middelen/producten effectief zijn.

– Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat luizencapes/luizenzakken niet bijdragen aan het voorkomen van hoofdluis. Wanneer luizen gescheiden zijn van het menselijk lichaam kunnen ze maar kort overleven en worden de luizen dusdanig zwak dat een besmetting onwaarschijnlijk is.

– Hoewel hoofdluizen niet kunnen zwemmen, verdrinken ze niet tijdens het zwemmen of tijdens het wassen van de haren. Ze kunnen zo’n 2 uur overleven onder water.

– Hoofdluizenbesmetting via zwemmen is niet mogelijk. Hoofdluizen houden zich heel goed vast aan het haar. Als ze het haar eenmaal los hebben gelaten, zijn ze dusdanig verzwakt, dat ze niet in staat zijn om nieuwe besmettingen te veroorzaken als ze al drijvend per toeval een ander kinderhoofd weten te bereiken.

– Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van aanvullende maatregelen zoals het wassen van beddengoed, knuffels en kleding. Het advies voor een grondige schoonmaak is niet langer van toepassing. Voor een hygiënisch gevoel en een gevoel van rust, kunt u dit wel doen.