Wat gaan we leren in stamgroep 0/1A

Lente (27 maart 2017)

Beste ouder(s),

De lente is begonnen! In de groep werken we dan ook met het anker ‘Lente’ van Schatkist. (27 maart tot en met 14 april) We praten over alles wat groeit en bloeit in de lente. We laten zaadjes uitgroeien tot een plantje. We leren hoe we plantjes moeten verzorgen zodat ze goed groeien. Ook kijken we welke dieren er allemaal in de tuin wonen en leven.

Wat beleven we met Pompom?
Pompom heeft een pot met aarde en een heel bijzonder plan. Hij wil een eierboom laten groeien. In zijn pot met aarde zit een ei! En hoewel oma hem heeft verteld dat dat niet zal lukken, wil hij het toch proberen. We wachten of de eierboom inderdaad gaat groeien!

Wat beleven we met Zoem?
Zoem vindt dat hij een held is, een superheld. Hij heeft een merel weggejaagd bij worm Ben. Als Pompom eitjes aan het koken is, ontdekt Zoem dat dat leuke geluid b, b, b, b bij het bibberen van de eitjes in de pan, ook de eerste letter is van Ben! We voelen met onze vinger bij onze mond hoe de /b/ zachtjes uit je mond ploft. Het ploffen duurt maar even. We kijken ondertussen in de spiegel en we kijken daarna hoe de letter eruitziet.

Wat doen we in de groep?
• We leren van Zoem over het laten groeien van zaadjes en het verzorgen van planten. We leren wat we nodig hebben in een moestuin.
• We zaaien zaadjes in de grond en ervaren dat we lang moeten wachten totdat het plantje gaat groeien.
• We onderzoeken de eigenschappen van grond. Welke grond is geschikt voor een plant om in te groeien? We kijken wat er gebeurt als we water over zandbakzand, grind of aarde laten stromen.
• We maken bloemen van papier door gekleurd papier te scheuren en op te plakken. We zijn ook benieuwd naar de planten bij u thuis. Wilt u met uw kind een foto maken van uw tuin, balkon of kamerplanten en deze meenemen naar school? In de klas praten we er dan over.
• In de bouwhoek maken we allerlei paden waarmee we door een moestuin kunnen lopen. We maken paden na en daarna proberen we iets nieuws te bedenken.
• We zingen over de lente. We oefenen dat door heel hoog, hoog, laag en heel laag te zingen.

Tuindieren
We praten verder over tuindieren. We gaan op zoek naar diertjes, vogels en nestjes in de omgeving van de school. We bekijken insecten met een vergrootglas en onderzoeken de kenmerken van de diertjes, zoals bijvoorbeeld de voelsprieten van een slak en het schild van een pissebed. Ook leren we hoe we voor de diertjes moeten zorgen. We lezen en praten hierover. Ook kijken we naar informatieve filmpjes. We bedenken waar dieren leven, in het groen (struiken, bomen en in het gras), in de lucht of in de aarde.

Hoe kunt u aansluiten bij het anker?
Nadat het anker een week is opgestart, kunt u met uw kind het volgende doen:

Een kijkje in de groep
• We lezen in boeken over (tuin)dieren en kijken naar plaatjes en filmpjes. Wilt u nog iets weten over een insect? Misschien weten wij het antwoord! Of we zoeken het samen op in de boekenhoek.
• We speuren naar diertjes in de aarde. We bekijken welke diertjes we gevonden hebben en vertellen aan elkaar wat we er al over weten. Weet u veel van diertjes? We vinden het leuk om dat te horen!

Samen praten
• Kijk op het internet naar een pagina over tuindieren (insecten en vogels). Kijk bijvoorbeeld op http://www.soortenbank.nl/hoofdgroepen.php?groep=Insecten&selectie=5&hoofdgroepen_pad=%2C1%2C5 . Praat samen over de dieren. Wat weten jullie er al van? Wat wist je nog niet? Wie zou je zelf graag willen zijn en waarom wel of juist niet? Welk dier vind je leuk en welk dier niet? Geef elkaar ook eens een raadsel op. Klik een dier aan. Welk dier is dit?

Samen doen
• Doe samen een experiment: ‘Wat heeft een plantje nodig om te groeien?’. Neem drie lege potten. Stop hierin aarde en in elke pot een aantal bonen, bijvoorbeeld bruine bonen. Geef iedere pot een andere verzorging:
– Pot 1: water en licht.
– Pot 2: wel water en geen licht (doe bijvoorbeeld donker papier om de pot heen).
– Pot 3: geen water en wel licht.
Kijk samen regelmatig in de potten en bespreek in welke pot de bonen het beste groeien. Wat heeft een zaadje nodig om te kunnen groeien?
• Ga samen op zoek naar beestjes in de tuin, in het park of in het bos. Draai bijvoorbeeld een boomstammetje of tak om. Verplaats buiten een bloempot en kijk wat er gebeurt. Wat zie je? Wat weet je over het dier? Waar woont het dier graag? Is het er nat of droog, warm of koud, licht of donker?
• Als het lekker weer is kunt u met uw kind buiten gaan picknicken. Smeer thuis vast de boterhammen en neem ze mee naar een park. Laat uw kind u hierbij helpen. Daarna gaan jullie lekker op een kleedje picknicken. U kunt tijdens het picknicken misschien nog een verhaaltje voorlezen. Voor kinderen is dit echt een feest.
• Lees samen een boek over diertjes. Bijvoorbeeld:
– ‘De vrolijke lente’, Mack, Uitgeverij Clavis of
– ‘Minuscule – Zoek en vind… het kleine beestje’, Tialda Hoogeveen, Uitgeverij Knnv.
• Samen met uw kleuter thuis oefenen wat hij op school leert? Kijk dan eens op www.zwijsen.nl/thuisoefenen.

Van thuis naar school
Ga samen naar een tuin of park. Neem het kopieerblad mee. Kijk, hoor, voel en ruik de lente. Schrijf of teken wat jullie allemaal gezien, gehoord, gevoeld of geroken hebben. Probeer ook kleine beestjes te ontdekken! Misschien hebben jullie nog een insectenloeppotje, een loep of een insectengids die jullie mee kunnen nemen. In de bibliotheek zijn boeken over insecten ook te leen.
Wilt u er klein bij schrijven wat jullie hebben getekend? Dan kunnen we er in de klas over praten. We zijn namelijk erg benieuwd wat iedereen ontdekt heeft!

<Veel plezier!

Groetjes van alle kleuterjuffen

dag loeloe en pompom - Google zoeken: